Kwaliteit AWBR

 

Per 1 augustus 2017 is de manier van toezicht houden van de Inspectie van het Onderwijs gewijzigd.

De kern van het nieuwe toezicht bestaat uit de volgende punten:

  1. Het toezicht sluit aan op de eindverantwoordelijkheid van het bestuur.
  2. Er is meer aandacht voor de eigen ambities van de scholen en het bestuur en de manier waarop dit wordt gerealiseerd. Het schoolplan heeft een centrale rol.
  3. De Inspectie maakt een onderscheid tussen wat moet (handhaving wet) en wat kan (eigen doelen bestuur).
  4. De Inspectie kan naast de beoordeling ‘zeer zwak’, ’zwak’, ‘onvoldoende’ en ‘voldoende’ ook het oordeel ‘goed’ en ‘excellent’ geven.

In de praktijk betekent dit dat de Inspectie minstens één keer in de vier jaar een onderzoek uitvoert. Met het bestuur wordt een startgesprek gevoerd om allereerst de bestuurlijke kwaliteitszorg en het financieel beheer van het bestuur in kaart te brengen. Dit gesprek is bij AWBR in september 2017 gevoerd. Aan de orde kwamen:

  • De status van de scholen.
  • Hoe er zicht is op de scholen.
  • Hoe er gestuurd wordt op de scholen. 

Daarna is op een aantal scholen een verificatieonderzoek gedaan. Als er scholen zijn die op bestuursniveau risico’s vertonen, kan er ook besloten worden tot het uitvoeren van een kwaliteitsonderzoek. De onderzochte scholen van AWBR zijn de Westerparkschool, de Alles-in-1 school De Zeeheld, de Brede School de Kinkerbuurt, de Alles-in-1 school Joop Westerweel en Daltonschool de Spaarndammerhout.

 

Het resultaat van het ‘Onderzoek bestuur en scholen’ bij AWBR is in december 2017 gepubliceerd.

U kunt het hier lezen.